Bij een bedrijfswaardering bestaan er meerdere methodes om de waarde van een onderneming te bepalen. Twee veelgebruikte begrippen zijn de intrinsieke waarde en de rentabiliteitswaarde. Hoewel ze allebei richting geven aan een waardering, kijken ze op een totaal andere manier naar een bedrijf.
Intrinsieke waarde
De intrinsieke waarde is eigenlijk de “balanswaarde” van een onderneming. Je neemt het eigen vermogen (bezittingen minus schulden) en dat vormt de waarde. Dit is een momentopname en geeft weer wat er overblijft als alle bezittingen verkocht zouden worden en schulden afgelost.
Een voorbeeld: een bedrijf heeft €1.000.000 aan bezittingen en €600.000 aan schulden. De intrinsieke waarde bedraagt dan €400.000. Dit zegt echter weinig over het verdienvermogen van de onderneming in de toekomst.
Rentabiliteitswaarde
De rentabiliteitswaarde kijkt juist naar de winstgevendheid. Hoeveel rendement kan een koper verwachten uit de onderneming? Hier staat de toekomstige winstcapaciteit centraal. Vaak wordt dit berekend door de genormaliseerde winst te delen door een rendementseis of vermenigvuldigd met een factor.
Voorbeeld: maakt een bedrijf structureel €100.000 winst en eist een koper 10% rendement, dan is de rentabiliteitswaarde €1.000.000.
Het verschil in de praktijk
- Intrinsieke waarde: kijkt naar het verleden en de balans.
- Rentabiliteitswaarde: kijkt naar de toekomst en verdiencapaciteit.
Voor een complete waardering worden beide perspectieven vaak naast elkaar gelegd. Toch krijgt de rentabiliteitswaarde meestal meer gewicht, omdat een koper vooral geïnteresseerd is in toekomstige rendementen.
👉 Wil je zelf zien hoe jouw bedrijf scoort op verschillende waarderingsmethodes? Probeer onze gratis online bedrijfswaarderingstool en krijg direct inzicht.